 |
 |
| Roofblei in praktijk |
 |
|
|
|
 |
| Rooblei kan worden gevangen met een verscheidenheid aan kunstaas, maar dat maakt het kiezen van het juiste kunstaas er niet gemakkelijker op. Al snel kan door de bomen het bos niet meer worden gezien. In dit verhaal enige praktische tips en een paar voorbeelden van in ieder geval succesvol rubber, ofwel zachtplastic kunstaas. |
|
|
|
 |
Wie denkt alleen aan lepels of plugjes roofblei te kunnen vangen, heeft het goed mis. Want roofblei en rubber gaan ook uitstekend samen. Samen met mijn vismaten heb ik de afgelopen jaren veel gevist met rubber. En wel zeer tot onze tevredenheid. Vissen we vanuit de boot met rubber en willen we een stek uitwerpen, dan doen we dit bij voorkeur met de wind mee. Dit doen we dan echter wel pas vanaf windkracht 3. Waait het minder hard, dan hebben we natuurlijk nauwelijks hinder van de wind en kunnen we naar alle kanten werpen. Vissen we op de Rijn of IJssel, dan gebruiken we doorgaans loodkopjes van 7 tot 15 gram met daarop bijvoorbeeld een Culprit Fire Tiger (7 cm), een Mann’s Action Shad Melon (5 en 7cm) en niet tevergeten een Salt Shaker van 7 cm in de kleur zilver en wit! Met genoemde shads zult u gegarandeerd roofblei vangen.
|
|
|
| De praktkijk |
 |
|
Terug naar de praktijk. Wanneer we bij een kribvak aankomen, dan laat ik eerst de boot met de stroming meedrijven. Dit doe ik om te kijken hoe het water zich verplaatst en waar m’n boot uiteindelijk heen drijft. Soms kom ik akelig dicht bij de krib, maar daar ben ik inmiddels aan gewend. Nu ik mezelf dit heb aangeleerd, gebruik ik de elektromotor steeds minder. Bedenk dat ik hier praat over de Lek, IJssel en Rijn. Op de Waal is dit niet te doen, omdat de scheepvaart en de stroming dit niet toelaten. Dat is echt te gevaarlijk. Op de Waal en ook de Merwede vis ik voor anker en gebruik daarbij meer en meer de elektrische lier, een van de producten van Minn Kota die werkelijk een aanwinst zijn. Als de boot dus goed drift, dan begin ik doorgaans met een ronde 10-grams loodkop met daarop bijvoorbeeld een Salt Shaker van 7 cm. Ik werp zo dicht mogelijk tegen de stenen aan en begin zo snel mogelijk met binnendraaien.
|
|
 |
|
|
| Jerken met rubber |
 |
|
| Het is vreemd, maar we hebben al veel vissen gevangen nadat onze shad was komen vast te zitten tussen de stenen. Nadat ik of vismaat Cris had ingegooid, kwam het nogal eens voor dat de shad vast kwam te zitten. Logisch met zoveel stenen! Met enig trekwerk kwam de shad dan vaak toch nog los en vervolgens draaide ik nogal snel binnen om herhaling te voorkomen. En juist op zo’n moment hebben we regelmatig roofblei gevangen. Maar waarom slaat een roofblei juist dan graag toe? Is het het onverwachte? Het geluid dat wordt geproduceerd doordat de shad vastzit? De actie die een dergelijke handeling teweeg brengt? We zullen teveel zaken nooit met 100% zekerheid kunnen zeggen, maar dat hoeft voor mij ook niet. Het is voor ons juist een uitdaging om steeds weer de rovers te verleiden, op wat voor manier dan ook. Hoe dan ook, wij hebben in ieder geval geprobeerd om van de nood een deugd te maken en het vastzitten en loskomen te imiteren. Na de inworp draaien we enkele meters snel binnen en laten de shad daarna afzinken tot op de bodem, al dan niet voorzien van stenen. We laten de shad daar een seconde of twee liggen en jerken hem vervolgens als een gek binnen en hebben op deze manier de nodige vissen weten te vangen. Dat we in het begin de nodige shads zijn kwijt geraakt, moge duidelijk zijn, maar inmiddels weten we dat als we vooral licht vissen met koppen van zeven en tien gram we veel minder vast zitten. Daarnaast hebben we met de jaren ook de rivieren leren kennen en enige kijk op zaken gekregen. Al met al is het jerken een goede techniek gebleken om rubber binnen te vissen. Bij ons werkt het in ieder geval. |
|
 |
|
|
| Hoe lang? |
 |
De vraag hoe lang je een stek moet uitvissen is niet gemakkelijk te beantwoorden. Soms komt het gewoon op doorzettingsvermogen aan. Als je gevoel zegt dat een bepaalde stek goed is, volg je gevoel dan en besteed meer tijd aan een stek. Werp een dergelijke plek goed uit en probeer dit vooral samen met je vismaat en met verschillend kunstaas te doen. Zoals inmiddels bekend mag worden verondersteld, verraden roofbleien hun aanwezigheid vaak door agressief aan de oppervlakte te jagen. Eenmaal een dergelijke plek gevonden, lijkt het eenvoudig om deze vis(sen) te vangen. In de praktijk blijkt dit echter een heel ander verhaal te zijn. Vaak vang je dergelijke vissen niet of moet je werkelijk alles uit de kast halen om de vis(sen) over de streep te trekken. Soms ligt het niet vangen aan de grootte van het gebruikte rubber. Het kan te groot of zelfs te klein zijn. Daarnaast kan kleur er ook toe doen omdat roofblei uitstekend kleuren kan zien. Een roofblei is een karperachtige en hiervan zijn netvliezen onderzocht. Uit dit onderzoek komt naar voren dat dergelijke vissen uitstekend kleuren kunnen onderscheiden. Nu kan ik niet zeggen welke kleur je waar en wanneer moet gebruiken, maar nu je weet dat kleuren belangrijk zijn, is het beslist een aanrader om bij te houden wat roofbleien graag pakken. Zo valt ons op dat we met black bass-imitaties, wit met blauw, groen en wit, melon en geheel wit goed vangen. Dat wil niet zeggen dat we met andere, fellere, kleurencombinaties niets vangen. We hebben van anderen vaak zat gehoord dat ook fire tiger en oranje goed scoren. Blijf daarom proberen en volg je eigen instinct.
|
|
|
| Rubber en roofblei |
 |
|
We zullen de komende jaren vast nog veel horen over rubber en roofblei. Er zijn nog talloze variaties in techniek mogelijk. Denk bijvoorbeeld aan de drop shot-methode die op sommige momenten erg goed werkt. Daarnaast is er ook voldoende rubber te koop dat kan worden gebruikt om gericht mee op roofblei te vissen. Ik weet zeker dat rubber en roofblei het samen goed kunnen vinden en dat we over tien jaar nog steeds roofblei vangen met rubber.
Willem Stolk
|
|
 |
|
|
|
 |
 |
|