 |
 |
| Roofblei: een klasse apart |
 |
|
|
|
 |
Veel sportvissers denken dat roofbleien louter op een paar wateren worden gevangen. Het tegendeel is echter waar. U vindt ze tegenwoordig op vrijwel alle rivieren en kanalen. Tevens worden behoorlijk veel roofbleien gespot op grindgaten die in verbinding staan met rivieren. Ze maken dus wel degelijk ‘uitstapjes’. In onderstaande doet Willem Stolk verslag van zijn bevindingen.
|
|
|
|
|
Snoekbaarzen zijn ware plaaggeesten als het gaat om aasgedrag, maar roofbleien kunnen er ook wat van. De afgelopen jaren heb ik al heel wat meegemaakt tijdens het vissen op roofblei en op het moment dat ik dacht ‘het’ gevonden te hebben, werd ik al snel daarna weer met beide benen op de grond gezet. Een goed voorbeeld hiervan is de aanbeveling om snel binnen te vissen. Ik ben er nu toch wel achter dat die vlieger niet altijd opgaat, maar daarover later meer. Eén ding staat bij de visserij op roofblei voor mij wel vast. Het materiaal moet tiptop in orde zijn, omdat de aanbeten onvoorstelbaar hard kunnen zijn. Ware hamerslagen soms! Ik heb het zelfs een keer meegemaakt dat een roofblei mijn dyneema lijn brak omdat ik niet alles in orde had. Ik had een te strakke hengel en mijn slip stond te vast. En nu ik toch bezig ben; eerlijk gezegd heb ik ook een hengel gebroken op de rand van mijn boot. Ik lette niet goed op toen een forse roofblei mijn plug net voor de boot greep, waardoor de top op de rand knalde en brak. Door dit soort gebeurtenissen leer je snel!
|
|
 |
|
|
| Vanuit de boot |
 |
Roofblei kun je goed vanaf de kant belagen. Onno Terlouw sprak hier al over in enkele voorgaande uitgaven van Dé Roofvis. Maar ik vis eigenlijk het liefst op roofblei vanuit de boot, omdat ik dan veel mobieler ben en nu eenmaal plaatsen kan bereiken, die vanaf de kant niet zijn te bevissen. Daarnaast kan ik ook iets lichter materiaal inzetten omdat ik niet zo ver hoef te werpen. Ik weet dat kantvissers doorgaans hengels van 2,40 meter tot 2,70 meter, of zelfs 3,00 meter gebruiken, omdat ze ver moeten werpen om binnen de roofbleizone te komen. Inherent daaraan is vaak dat deze hengels ook behoorlijk hard zijn. Ik doe het toch liever met wat lichter en zachter materiaal. Dat geeft meer sport, maar is vistechnisch ook iets beter. Als een roofblei zich vol overgave op het kunstaas stort, komen tamelijk forse krachten vrij. Wanneer ik dan met een te strakke, harde hengel vis, dan kan lijnbreuk van dyneema het gevolg zijn. Ook is het mogelijk dat de haak uit de vrij zachte bek van de vis scheurt. Mijn keuze gaat nu uit naar hengels van 2,10 meter en 2,40 meter met een medium actie. De dyneema lijn is maximaal 12/00 - 15/00 dik en de molens niet al te groot, maar wel met een magnifieke slip. Zeker nu ik weet dat ik niet altijd snel binnen hoef te vissen, is een model 2500 groot genoeg. En wil ik toch snel mijn kunstaas binnenvissen, dan draai ik gewoon iets sneller aan de slinger! Ook wat betreft kunstaas zijn er verschillen tussen de kant- en bootvisserij. Omdat er vanaf de kant ver moet worden geworpen, is de keuze wat betreft kunstaas gering. Kleine plugjes en lichte lepeltje zijn nu eenmaal niet ver te werpen.
|
|
|
| Ervaringen |
 |
|
Tijdens mijn zoektocht naar roofbleien kies ik vooraf een bepaalde route uit. Ik neem telkens een stuk van een rivier en kam dit secuur uit. De recente zomer heeft mij daarbij goed geholpen, omdat er door de lage waterstand veel obstakels en zandbaken zichtbaar werden. Ik kon dus snel zien of een plek de moeite waard was om te bevissen. Natuurlijk heb ik die plekken, die bij hoger water een mooie stek zouden kunnen vormen, vastgelegd op foto en papier. Wanneer ik op zoek ga naar roofbleistekken, dan let ik vooral op zandbanken. Zandbanken tussen kribben waar ik omheen kan varen, zijn voor ook de roofblei interessant. Daarnaast zijn stroomnaden goed en die sla ik dus nooit over. Natuurlijk zijn er nog andere plaatsen waar roofblei zich kan ophouden, maar in ieder geval houden roofbleien ervan om prooivisjes op te jagen tegen ondiepten. En dat ze ook vaak in stroomnaden worden gevangen, heeft te maken met het feit dat daarin de prooivisjes door de heftige stroming gedesoriënteerd raken, waarvan de rovers dankbaar gebruik maken. En het komt ook voor dat roofbleien gezamenlijk in een school prooivisjes duiken om de ze te verdoven of te doden en ze pas daarna op te eten. Ik gebruik standaard tijdens de visserij op roofblei twee hengels voorzien van verschillende plugjes, zodat ik snel van hengel kan wisselen als dat nodig is. Ik spreek over plugjes omdat de grootste plug maximaal 15 centimeter lang is. De kleuren die ik gebruik zijn groenwit, blauwwit, grijszwart en geheel wit. Andere kleuren, zoals oranje, geel, rood of een combinatie hiervan gebruik ik zelden, omdat ik er nagenoeg geen roofblei mee vang. Als ik begin te vissen, werp ik in waaiervorm naar alle kanten en vis mijn plugje op verschillende snelheden binnen. Soms zie ik roofblei jagen en op die momenten kan ik gericht werpen. Meestal vang ik ze dan echter niet. Een van de oorzaken zou kunnen zijn dat er erg veel natuurlijk aas aanwezig is en dat de roofblei daarop is gefixeerd. Als ik er dan toch een vang, dan is dat op het moment dat mijn plugje het water raakt. Als ik dus nog geen meter heb binnengedraaid! Vorig jaar waren we voor VisVisie opnames aan het maken op een rivier. Het was de bedoeling om snoekbaars en baars te vangen. Dat lukte aardig, maar tijdens het filmen sprong plotseling een roofblei binnen werpbereik. Met een snelle beweging wierp ik mijn shad naar de vis. De shad kwam op het wateroppervlak terecht en werd meteen gegrepen. Ook nu had ik nog geen meter binnengedraaid. Helaas had ik de vis niet goed gehaakt waardoor ik hem verspeelde. Soms zie ik volgers tijdens het vissen en weet ik in ieder geval dat ze er zitten. Ik vis dan stug door om een aanbeet af te dwingen. Om dit te bereiken gooi ik alles uit de kast. Ik vis snel binnen of juist langzaam en wissel nogal eens van plug. En als ik eenmaal het juiste plugje heb gevonden met de daarbij behorende inhaalsnelheid, dan kan de dag niet meer stuk. Meestal zitten er namelijk meerdere vissen op de stek, waarvan er vrijwel altijd enkele zijn over te halen.
|
|
 |
|
|
| Opvallende zaken |
 |
Roofbleien kom ik niet alleen in de stroming tegen. Ik vang ze ook op rustige gedeelten van een rivier waar een zandbank tussen een krib ligt. Ze jagen daar vaak scholen visjes op de kant en vullen zo hun magen. Op die momenten heb ik dagen meegemaakt dat ik meer dan tien roofbleien op een stek ving. En naast roofblei soms ook nog dikke snoek en baars. Tijdens een van mijn visdagen had ik mijn buurman meegenomen. Hij wilde graag eens mee om te kijken of mijn ‘sterke verhalen’ in de praktijk klopten. Het was een prachtige morgen en we voeren vol goede moed naar een van m’n stekken. Daar aangekomen begonnen we te werpen en ving mijn buurman al snel een mooie roofblei. Hij viste zijn Long Cast Minnow van Rapala zeer langzaam binnen, toen de vis erop knalde. Buiten het feit dat mijn buurman zich kapot schrok, had ik dat al gezien. Ik viste vervolgens mijn plug ook langzaam binnen en ving er ook een. Door stug door te vissen, leek het erop dat we de roofbleien echt aan het azen kregen, dat ze instinctmatig hun soortgenoten volgden. We vingen in twee uur tijd dertien roofbleien, allemaal serieuze vissen. Mijn buurman begon m’n sterke verhalen te geloven en ik kon zien dat hij genoot van deze dag. Tussen de roofbleien door vingen we nog drie snoeken waarvan een van ver over de meter. Op hetzelfde plugje en binnengevist met dezelfde snelheid. En dat er nog een paar kanjers van baarzen tussendoor kwamen, maakte de pret helemaal compleet. Bij het gebruik van pluggen, zo denk ik, is de kans groter op bijvangsten dan wanneer er met alleen lepels wordt gevist. Ik vond het trouwens interessant om te zien dat al die rovers samen op een plek aan het jagen waren. Na deze dag met mijn buurman ben ik er ook van overtuigd geraakt dat geluid belangrijk is als ik roofblei wil vangen. Hoe ik het een en ander precies moet plaatsen, weet ik nog niet, maar het valt me wel op dat als ik plugjes gebruik waar ratelkogeltjes in zitten, ik meer lijk te vangen. Het is daarom ook goed dat je vismaten hebt waar je ervaringen mee kunt delen. En zij delen wat geluid betreft mijn ervaringen. Maar goed, ook met betrekking tot geluid zal de toekomst ons nog meer leren.
|
|
|
| Goede roofbleidag |
 |
De laatste tijd is me regelmatig gevraagd wat nu een goede roofbleidag is? Laat ik allereerst zeggen dat wanneer u echt gericht op roofblei aan de slag gaat, de eerste vis al voldoende genoegdoening geeft. Natuurlijk wilt u daarna meer. Zo gaat langzaam de lat omhoog en met de tijd verlegt u uw grenzen. U gaat steeds meer proberen, experimenteren en dingen doen die u eigenlijk normaal niet doet. U zoekt plekken op waarvan u van tevoren denkt dat ze geen vis opleveren, maar ineens blijkt dit anders te zijn. Kort gezegd, leert u dus met de tijd. Na mijn eerste winde wilde ik er ook meer en zo ging het ook met snoekbaars, baars en snoek. En nu dus ook met roofblei. Een goede roofbleidag verschilt van persoon tot persoon. Ik geniet natuurlijk van een enkele mooie vis, maar ik wil uiteindelijk meer. Als ik nu op pad ga, tel ik eigenlijk de kleinere vissen, roofbleien van minder dan 20 centimeter al niet meer mee. Dat klinkt arrogant, maar zo werkt het nu eenmaal bij mij. Het zal u overigens ook zijn opgevallen dat ik hoofdzakelijk heb gesproken over het vissen met pluggen, maar ook met lepels heb ik succesvolle perioden meegemaakt. Ik viste de lepels doorgaans erg snel binnen en ving zo nu en dan redelijk. Wat mij echter opviel, was dat de vissen kleiner waren dan wanneer ik met plugjes viste. Tevens had ik nogal wat missers tijdens het vissen met een lepel. Bijvangsten aan lepels had ik bovendien nagenoeg niet. Wanneer ik met plugjes vis, gebeurt het toch regelmatig dat ik snoek, baars en snoekbaars als bijvangst heb. En daar kan ik niet erg mee zitten! Ik werp altijd met pluggen, slepen doe ik zelden. Slepend weet ik dat er ook regelmatig een roofblei wordt gevangen, maar voor mij is de spanning dan veel minder dan dat ik werpend vis en vang. Daarnaast zie je ook meer als je een plek uitwerpt. Als er een roofblei slepend wordt gevangen, kunt u dit hoogstens gebruiken om die stek later werpend af te vissen. Blijft u echter continu slepen, dan mist u mijn inziens erg veel sensatie. U ziet geen volgers, u krijgt geen aanbeten bij het landen van een plug of lepel op het water en u vangt geen roofbleien net voor de boot. Want dat doet roofblei ook vaak; het kunstaas vlak voor de boot grijpen. Een magnifiek gezicht! Er zijn ook perioden dat de roofblei louter aan de oppervlakte jaagt. En daar ben ik nu druk doende mee. Kunstaas als poppers, Skitter Props en Sammy’s doen het best goed. Maar om daar al iets zinnigs over te schrijven, durf ik nog niet. Ik wil met oppervlaktekunstaas eerst meer ervaringen opdoen, zodat ik exact weet waarover ik het heb. Daarnaast heb ik nog een aantal vragen. Hoe vang ik roofblei in de winter? Op welke plaatsen verblijven ze dan? Hoe diep zullen ze gaan? De antwoorden daarop wil ik hebben, want mijn ‘structurele’ vangsten lopen tot en met oktober. Daarna wordt het een stuk moeilijker. Ik vang er zo nu en dan nog wel een, maar dat lijkt meer op ‘geluk’ dan op wijsheid. Al met al heeft de roofblei mijn hart gestolen. Een vis met een prachtige uitstraling, een klasse apart!
|
|
|
| Favoriete pluggen |
 |
Bij sterke stroming: Rapala Taildancer groen/wit - blauw/wit - grijs/zwart - 7 en 9 cm;
Bij zwakke tot matige stroming: Rapala Long Cast Minnow in de kleuren blauw//wit en grijs/zilver;
Willem Stolk
|
|
|
|
 |
 |
|