 |
 |
| De Frontdreg tegen missers |
 |
|
|
|
 |
Missers schijnen bij het snoekbaarzen gebruikelijk te zijn. Soms zijn het enkele aanbeten die worden gemist, maar het kan ook voorkomen dat missers een snoekbaarsvissers bijna tot waanzin drijven. Willem Stolk is niet de enige die dit heeft ervaren. En net als heel veel andere snoekbaarsvissers heeft ook hij reeds alles uit de kast gehaald om de missers tot een minimum te beperken: staartdreggen tot in het uiterste puntje van de staart, kleinere shads, een dreg aan de zijkant van de shad et cetera. En hij experimenteerde verder om missers te voorkomen. Zo beschreef hij in nummer 33 van Dé Roofvis het vissen met zijn MFS-systeem voor het werpend vissen, waarbij de loodkop en de haak onafhankelijk van elkaar bewegen en de punt van de rughaak aan de onderzijde uit de shad komt. Ditmaal stelt hij voor het verticalen zijn loodkop met dreg aan u voor.
|
|
|
|
|
|
|
 |
Het missen van aanbeten bij het snoekbaarzen zal misschien een ‘never ending story’ blijven, maar ik heb enkele theorieën over het waarom van het missen van die aanbeten. Heel veel snoekbaarsvissers denken dat snoekbaarzen altijd van achteren een prooi aanvallen - de reden voor het monteren van een staartdreg - maar dat is niet het geval. Ze vallen ook de zijkant, onderkant en de voorzijde van de vermeende prooi aan. De aanbeten bij zulke aanvallen voelen anders aan dan de typische ‘vacuümbeet’ van achteren, waarbij de snoekbaars de shad naar binnen zuigt en daarna in de meeste gevallen wordt gehaakt. Soms is die aanbeet erg subtiel, maar soms ook fors en krachtig, hetgeen volgens mij weer afhangt van wat de vis doet tijdens het vacuüm zuigen. Ligt de vis op zijn gemak op de bodem en zuigt hij rustig een shadje naar binnen, dan is het soms erg moeilijk om dit vast te stellen, maar even goed kan de vacuümbeet worden vervolgd door een fikse run, waardoor alles wat ‘harder’ aanvoelt. Ook de ‘uppercut’, de aanval van onderaf, is een aanbeet die ik wel thuis kan brengen en die daarom ook vaak wordt verzilverd. Maar een feit blijft dat een groot aantal snoekbaarsvissers te maken heeft met veel missers, ook wanneer er een staartdreg wordt gebruikt. De aanbeten die volgens mij slecht worden onderkend, daardoor onderschat en zorgen voor veel missers, zijn de frontale aanvallen. Veelal worden deze aanbeten erg goed gevoeld. Dit komt doordat de shad van voren wordt gepakt en de massa ervan naar achteren wordt verplaatst. Na de aanslag wordt de vis dan vaak even gevoeld, maar vervolgens verspeeld. Als u naar tekening kijkt, lijkt dit ook logisch. De dyneema lijn komt tijdens een aanval van voren in een rare bocht te staan. Als de shad in de bek zit, dan heeft vervolgens alleen de rughaak een kleine haakkans. Van voren zit er geen haak en de staartdreg komt er niet aan te pas. Na velen uren schetsen op een schoolbord heb ik samen met mijn vismaten deze aanval in beeld gebracht en er een oplossing voor bedacht. En na een aantal leuke avonduurtjes knutselen kwam het eerste prototype uit de schuur. |
|
|
| Theorie in praktijk gebracht |
 |
|
Met behulp van een kolomboormachine, enkele boortjes en wat dreggen werden de eerste loodkoppen met een kopdreg gemaakt. Een kolomboor is bij het vervaardigen van deze loodkoppen overigens een aanrader, omdat u gevaar loopt om de haak in uw hand te krijgen als u vanuit de hand boort. De boor zal vastlopen waardoor de loodkop (met haak) uit of in uw hand wordt geslingerd. Niet doen dus. De eerste loodkop met dreg werd de volgende dag direct uitgetest. We hadden afgesproken dat alleen ik met de kopdreg zou vissen en mijn vismaat met de traditionele loodkop met louter een staartdreg. Geloof het of niet, maar de eerste resultaten logen er niet om. Ik ving werkelijk meer vis en had minder missers. Daarnaast bewees de positie van de dreg onomstotelijk dat onze theorie in de praktijk werkte. Nog niet alles verliep echter vlekkeloos. Ik verspeelde zo nu en dan een vis doordat er een haak afbrak. En daarnaast had ik toch nog, al was dit veel minder dan voorheen, missers. Terug in de schuur bekeken we de prototypes met veel genoegen. De nadelen die tijdens het vissen naar voren waren gekomen, waren duidelijk. De dreg was naar onze mening iets te klein en zat te vast in de loodkop. Deze constatering was erg belangrijk omdat de haakkans nog zou kunnen worden vergroot als we daarvoor weer een oplossing vonden. Wanneer namelijk een snoekbaars wordt gehaakt, dan moet de dreg loskomen uit de loodkop, waardoor er een flexibel geheel ontstaat en er geen haak van de dreg meer kan afbreken. De nieuwe loodkop met dreg was niet lang hierna gereed. Ik had een gat geboord waarin ik een dreg voorzien van een staaldraadje kon plaatsen. Dit staaldraad kan eenvoudig worden geknoopt, sleeves zijn dus niet nodig. Ik maakte de draad aan de achterzijde van de loodkop vast. Natuurlijk was de lengte bepalend, ik wilde dat de dreg net flexibel kon bewegen als er een vis aan zat. Maar nadat ik ook de juiste lengte had uitgedokterd, verliep alles voorspoedig. Ik had binnen no time een tiental loodkoppen gereed en kon niet wachten om ze uit te gaan proberen.
|
|
 |
|
|
| Het bewijs |
 |
Misschien klinkt het wat kinderachtig, maar die nacht kon ik gewoon niet in slaap komen. Ik kreeg visioenen van snoekbaarzen die zich meester maakten van het ‘nieuwe systeem’. De nacht duurde dan ook veel te lang en ik stond derhalve maar vroeg op. Ik was overigens niet de enige die een onrustige nacht had gehad. Mijn maat had ook menig snoekbaars voorbij zien komen! We waren vroeg aan de waterkant en alles verliep soepel. Boot traileren en op naar de bekende stekken. Maar helaas, je moet wel beet krijgen als je een dergelijk systeem wilt testen. En dat ontbrak er nou net aan. Om een lang verhaal kort te maken; het werd een dag met maar één enkele vis. Die vis was ook nog eens gehaakt aan de staartdreg! Op naar de volgende slapeloze nacht. Nadat het weer enigszins stabiel was geworden, begonnen we steeds beter te vangen. Meer vangen en meer vangsten aan louter de kopdreg bewezen dat het systeem werkte. Mijn vismaten René en Cris waren getuige van de doeltreffendheid van het nieuwe model loodkop. Zij visten, zoals afgesproken, met dezelfde shad als ik, maar dan zonder kopdreg. Cris miste veel aanbeten, terwijl ik vrolijk de ene na de andere snoekbaars langzij manoeuvreerde. Het bewijs was daar.
|
|
|
| Tevreden |
 |
Ik kan me voorstellen dat menigeen nu denkt dat een loodkop met een dreg aan de voorzijde zorgt voor veel ellende. De praktijk leerde me echter het tegendeel. Ik kwam nagenoeg niet vast te zitten, althans niet meer dan normaal. Daarnaast kan ik me voorstellen dat menigeen denkt dat het neerzetten van de loodkop op de bodem anders dient te gebeuren. Ook dat klopt, want u zult uiterst secuur moeten vissen. Bij elk contact met de bodem moet u alert blijven. Daarnaast zal de loodkop ook op de bodem blijven staan, de dregpootjes geven zelfs meer stabiliteit. Natuurlijk hangt alles af van de bodemstructuur. Liggen er steentjes of andere rommel, dan blijft geen enkele shad staan. We hebben trouwens vooral verticaal gevist omdat we met deze techniek de meeste missers hadden. Inmiddels hebben we er al heel wat visdagen met de ‘kopdreg’ op zitten. Ook al mijn vismaten hebben kennis gemaakt met deze aanpassing en zijn niet ontevreden. Ik moet wel eerlijk zijn en vaststellen dat ik toch nog wel missers heb, maar lang niet meer zo veel als voorheen. Procentueel heb ik, denk ik, 30% winst gemaakt, 30% minder missers dus. Voor mij een acceptabel getal.
|
|
|
| Tips |
 |
Indien u een gaatje in de loodkop wilt boren, doe dit dan met behulp van een kolomboormachine. Als u dit met een handboormachine doet, is de kans groot dat de loodkop uit uw hand wordt geslingerd.
Koop een boortje dat taps toeloopt. Hierdoor kunt u het oog van de dreg fixeren in de kop. Bij de betere ijzerhandels zijn deze boortjes te koop.
Maak het staaldraadje dat u achter de loodkop vastknoopt lang genoeg. De knoop komt dus aan de kant van de enkele haak. Als de dreg er in zijn geheel uit is, moet deze los hangen van de kop. Dat is belangrijk omdat anders een haak van de dreg kan afbreken.
De dreg die u gebruikt, moet groter zijn dan de loodkop. Dit lijkt vreemd, maar is nodig om een goede haakkans te creëren.
Natuurlijk gebruikt u de frontdreg in combinatie met een staartdreg. Behalve bij echt kleine shads.
Willem Stolk
|
|
|
|
 |
 |
|