|
|
 |
|
|
 |
|
|
|
 |
 |
 |
| Bijhengel been bijzaak |
 |
|
|
|
 |
| Wanneer we vanuit een boot vissen, is het gebruik van een bijhengel niets nieuws. Sinds jaren wordt een tweede hengel gebruikt – het is vaak effectief en er worden mooie vissen mee gevangen. In deze bijdrage van Willem Stolk enige informatie over zijn ‘visserij’ aangevuld met enige waterbeschrijvingen. |
|
|
|
 |
Ik moet eerlijk bekennen dat ik het jaren zonder bijhengel heb gedaan. Ik vond het maar niets, een dergelijke tweede hengel. Het ging ten koste van de handhengel zal ik maar zeggen. Vooral wanneer de structuur van de bodem erg grillig is, kost het veel tijd om het aas op de juiste diepte te houden. Als het dan ook nog eens hard waait, dan lijkt het helemaal een crime. Ik was ‘damals’ eigenlijk meer aan het klooien dan dat ik met vissen bezig was. Zeker in de zomermaanden, wanneer ik vooral werpend vis, is het gebruik van een bijhengel nog steeds niets voor mij. Ik heb alle tijd en aandacht nodig om zorgvuldig te werpen en mijn boot secuur te manoeuvreren – vooral als ik op een van de snelstromers vis, zoals de IJssel of Waal. Als ik zomers op een rivier vis, dan laat ik de bijhengel links liggen en richt me op andere zaken.
Er is mij gevraagd om enkele wateren te beschrijven waar ik vis. Gelukkig woon ik in het rivierengebied en heb ik keuze genoeg. Ik beperk me hier even tot drie wateren waar ik in ieder geval ook met een bijhengel vis.
|
|
|
Vergunningen
 Er is in Nederland een grote behoefte aan grind en zand. De provincie Gelderland is onder andere door het Rijk aangewezen om in een deel van die behoefte te voorzien. De ontzanding van een gebied is een serieuze ingreep in het Rivierenlandschap – en om die reden wordt de beslissing hiertoe altijd voorafgegaan door een zorgvuldig onderzoek. Na veel wikken en wegen is door de provincie Gelderland op een aantal plaatsen een vergunning afgegeven. In die vergunning worden voorwaarden gesteld ten aanzien van bijvoorbeeld de manier van ontzanden, het sparen van bepaalde eilanden, maximale diepte en de uiteindelijke afwerking van de oevers. Gelukkig maar, want juist die plassen die ontstaan door ‘ontzanding’ blijken interessant… Neem nou de Rhederlaag. Met een oppervlakte van ruim 250 ha, is dit een behoorlijke plas water. Omdat er nog steeds wordt ‘ontzand’ is het water enigszins troebel. Juist op die plassen vis ik graag – ik hou persoonlijk niet van dat erg heldere water. De eerste plas gezien vanaf de IJssel is mijn favoriete plas, tenminste voor snoekbaars. Hier is het water troebeler dan de plas ernaast. Het tweede gedeelte is echt veel helderder en hier vang je dan ook meer snoek. De Rhederlaag is met de auto gemakkelijk bereikbaar via de afslag Westervoort van de A12, de autosnelweg tussen Arnhem-Oberhausen (afslag nummer 27). Voor 4 euro kan je perfect traileren.
|
|
Kraaijenbergse Plassen
Aan de noordwestkant van Cuijk liggen de Kraaijenbergse Plassen, een watersportgebied van circa 400 hectaren. De plassen zijn ook hier ontstaan als gevolg van zand- en grindwinning en zand wordt overigens nog steeds gewonnen. Rondom de plassen ligt een prachtig natuurgebied, dus ook hier krijg je het gevoel dat je op vakantie bent. Het Kraayenbergse plassengebied bestaat uit meerdere plassen en niet overal mag je vissen. Let dus goed op – en bestudeer de vergunning goed. Ik vis graag aan de randen van de vaargeulen. Natuurlijk ga je niet midden in een vaargeul liggen, want dan ben je de beroepsvaart tot last, die daar overigens actief is om zand en grind af te voeren. Gezien vanaf de Maas, volg ik de boeien en vis de randen af, natuurlijk ook met een bijhengel erbij. De visstand is goed, zowel snoek, snoekbaars en baars, maar de vis springt niet in de boot! Traileren kan vanaf de Maas en ook op de Kraayenbergse plassen is een helling. Deze is overigens erg steil.
Dan is daar nog de Lithse Ham. Deze slok water is aan getijden onderhevig en dus altijd in beweging. Eigenlijk hou ik hier wel van. Als het water zakt vind ik het persoonlijk beter dan wanneer het stijgt, maar wie ben ik! Het water is normaal van kleur en niet extreem helder zoals bijvoorbeeld de Gouden ham. De gouden Ham ligt overigens stroomopwaarts en is niet aan getijden onderhevig, vandaar het heldere water. Gezien vanaf de ingang van de rivier de Maas kun je zowel naar links als naar rechts. Beide richtingen zijn goed en je zult zien dat ook hier voldoende vis zit. De Lithse Ham is ontstaan door de ontgrondingen, die sinds de jaren '50 in Lith plaatsvinden. De oppervlakte van het gebied beslaat ongeveer 350 hectare en omvat diverse aan elkaar verbonden waterplassen. Ook hier vis is graag met twee hengels. Deze plas is vooral goed voor de nodige snoekbaarzen en baars. Snoek in mindere mate. Traileren kan niet meer in Lith. Er was een jaar of 7 terug een helling, maar die helaas is weggehaald. Wil je in Lith vissen, dan is traileren in Maasbommel een optie, vervolgens stroomafwaarts door de sluis richting Lith varen. Aan je linkerhand zie je vanzelf de ingang naar de plas. Traileren kan in de wintermaanden ook in Kerkdriel. Vaar vanuit Kerkdriel richting de Maas sla rechtsaf na enkele kilomters varen zie je aan de rechterkant de Lithse Ham.
|
|
Steun op maat
 Wanneer ik gebruik maak van een bijhengel, is het handig als je de hengel goed kunt bereiken. Niet alleen om aan te slaan bij een aanbeet, maar ook om de bodemstructuur te kunnen volgen. Natuurlijk ligt het eraan op welke vis ik vis. Gaat het om snoek, dan heb je nog enige ruimte en is het niet erg als het kunstaas (of dood aas) enkele meters boven de bodem hangt. Met de handhengel vis ik dan vaak in de dichte nabijheid van de bodem en het ‘aas’ op de bijhengel juist niet. Ga ik voor snoekbaars, dan moet ook het kunstaas (of dood aas) secuur worden aangeboden. De keren dat ik snoekbaars aan een bijhengel ving, waarvan het kunstaas ver boven de bodem hing, kan ik me niet herinneren! Ik vis tegenwoordig voorop mijn boot en heb in mijn directe nabijheid een steun gemaakt. Deze steun is vervaardigd van zogenaamd ‘witvis materiaal’ – juist in de witvisserij zijn er handige hulpmiddelen die hiervoor geschikt zijn. Ik heb een massief aluminium poot (rond 12mm) van 80 cm lang voorzien van een ‘Scotty Rod Holder Extender + hengelhouder’. In mijn plateau heb ik een gat geboord en precies onder dit gat (aan de onderzijde van het plateau) zit een speciaal plaatje met daaraan een buisje. De poot past hier precies in en ik kan hem verstellen zodat de hengel zich voor mij op de juiste hoogte bevind. Juist door deze aanpassing kan ik gemakkelijk bij mijn hengel en molen. Ik moet zeggen dat dit echt helpt om beter/secuurder te vissen.
Er is al veel geschreven over hoe je dood aas kunt bevestigen. Ik gebruik door de regel twee ‘systemen’ die uitblinken door simpelheid! Laat ik beginnen bij het aantal dreggen: ik gebruik er altijd 1! Voorheen gebruikte ik er twee, maar dat gaf meer ellende dan voordelen. Enkele nadelen: bij het gebruik van een fireball voorzien van een dode voorn + twee dreggen, raakte de dreggen geregeld in elkaar. Dit gebeurd vooral tijdens het laten zakken en wanneer ik wat harder vaarde. Tijdens het onthaken heb ik maar al te vaak dreggen af moeten knippen of ik was te lang bezig met het onthaken. De laatste jaren gebruik ik daarom dus louter 1 dreg. De maten variëren natuurlijk, want dat ligt aan het formaat van de aasvis. En die ene dreg blijkt in de praktijk goed genoeg. Ik gebruik dus de fireball + een systeem wat hier veel op lijkt, maar waarvan de loodkop niet vastzit. Dit tweede systeem bestaat uit een staaldraad waarin aan het begin een lusje zit. Aan het einde van het lusje knoop ik een splitring en daaraan wederom een staaldraad met een dreg. Het gewicht (loodkop) schuif ik, met behulp van een fleurnaald, over het staaldraad waar een lusje in zit – en het lusje hang ik in m’n swivel. Aan deze montage zit een losse haak (haakmaat varieert i.v.m. formaat aasvis: maat 10 – 8 – 6). Dus geen loodkop met daarin een haak (fireball) maar een ‘losse’ loodkop en haak. Deze montage beweegt meer en is enigszins flexibeler omdat ik het gewicht kan aanpassen. Ik heb hiervan namelijk verschillende gewichten. Beide systemen gebruik ik afwisselend met succes.
|
|
Vissen
Ik vis eigenlijk nooit lang in een vast stramien. Ik bedoel hiermee dat ik veel wissel en verander. Ik kan goed een hele dag rondom een talud blijven hangen of steeds weer van diep naar ondiepe vissen. Op wateren waar ik regelmatig kom heb ik natuurlijk zo m’n stekken die ik secuur bevis, maar op een ‘nieuw’ water ga ik op mijn gevoel af en dat is telkens anders. Ik hoef jullie denk ik niet uit te leggen dat hoe meer structuur, des te interessanter het kan zijn. De nadruk op kan, want ik heb ook dagen/momenten meegemaakt dat we mooie vissen vingen op plekken waar het bodemverloop zeer summier was. En hier ging het vaak om de grotere vissen…
In een volgende bijdrage zal ik vertellen met wat voor materialen ik vis met daarbij enige ‘anekdotes’ uit de praktijk… Tot dan.
Willem Stolk
|
|
|
 |
 |
|
 |
|